Verpleegkundige Paula (61)

‘Vroeger verpleegde ik vrouwen zo oud als mijn moeder, nu zo jong als mijn dochter’

“Van de gesprekken die ik met vrouwen voer, krijg ik kippenvel. ’s Avonds als het bezoek naar huis is, komen de emoties. Voor de buitenwereld houden ze zich groot, bij mij luchten ze hun hart. Prachtig mooi,” vindt Paula Groenendijk (61). Sinds 1975 is ze verpleegkundige bij het LUMC waarvan veertig jaar op de afdeling gynaecologie-oncologie. “Veertig jaar hetzelfde werk, is dat niet saai, vragen mensen wel eens. Nee, antwoord ik dan, geen dag, geen vrouw is het zelfde.”

Tijdens de opleiding, die ze deed omdat haar beste vriendin het ook deed en zij niet goed wist wat ze na de havo wilde, ontdekte ze dat de chirurgische afdeling ‘haar ding’ was. Een duidelijk verloop: patiënt komt ziek binnen, wordt geopereerd, verpleegd en gaat naar huis. Met een beetje geluk komt de patiënt niet meer terug, terwijl dat op de interne afdeling wel het geval is. Ze heeft plezier in haar werk. Draait diensten van half drie ’s middags tot elf uur ’s avonds. Als het bezoek naar huis is, komen de verhalen. Vrouwen houden zich groot, maar als Paula of een van haar collega’s een praatje met hen maakt, breken ze soms. “Ik heb zulke mooie gesprekken. Heel open en eerlijk. Dat kan me nog steeds ontroeren.” Vroeger verpleegde ze vrouwen zo oud als haar moeder, nu zo jong als haar dochter. En juist daarom wordt Paula regelmatig geraakt. Omdat in het bed op haar afdeling een vrouw vecht voor haar leven die haar dochter had kunnen zijn. 

Nog steeds taboe
Nog steeds heerst er een taboe op gynaecologische kanker. “Ja, borstkanker, dat is hot, maar vulva- en eileiderkanker  niet. Dat wil niemand horen.” Voor het personeelsblad schreef ze columns, over gynaecologische kanker. Maar na vijfentwintig stukjes was ze er wel klaar mee. Vandaar dat ze blij is dat Stichting Olijf zo actief is. “Soms vertel ik vrouwen over Olijf, maar vaker niet. Niet omdat ik dat niet wil, maar omdat ze er nog niet aan toe zijn als ik ze spreek. Ik heb contact met ze nadat ze zijn geopereerd, pijn hebben en alleen maar aan overleven en naar huis gaan denken. Later, als de rust is weergekeerd, zijn ze toe aan lotgenotencontacten.” 

Please help me
Natuurlijk heeft ze met de ene vrouw meer een klik dan met de ander. En zijn er kanjers die haar altijd bijblijven. Zoals de jonge vrouw uit Oost Europa. Ze sprak geen Nederlands en weinig Engels, was ongeneeslijk ziek en had veel pijn. “’Please help me’ smeekte ze. Ik mocht haar een zware pijnstiller geven en kort daarna overleed ze. Niet alleen het sterven van mijn veel te jonge patiënte vond ik erg, maar vooral het feit dat ik door de taalbarrière de nabestaanden niet kon zeggen hoe zeer ik meeleefde en hoe verdrietig ik het vond. Om die reden had ik moeite om het los te laten.”

Een  jonge collega die Paula goed kent, zag dat ze worstelde met de dood van de patiënte en stimuleerde haar met de arts te praten. Deze had nog een afrondend gesprek met de partner van de jonge vrouw en daar mocht ze bij aanschuiven. “Toen die partner me op mijn hart drukte dat hij en de familie zo blij en dankbaar waren dat ik erbij was geweest, kon ik het afsluiten. Toen wist ik dat ik het goed had gedaan.”

Nee Paula gaat niet weg van de afdeling gynaecologie-oncologie. “Zolang patiënten vragen als ik ze goedenacht wens wanneer ze me weer zien en antwoorden ‘o leuk, gezellig’ als ik zeg dat ik de volgende dag er weer ben, is mijn dag geslaagd.” 

Paula vertelde haar verhaal in juli 2019.