Karlijn (34)

Altijd maar weer dat positieve gedoe

Karlijn Haantjes wordt in maart 2012 geconfronteerd met de ongeneeslijke ziekte van haar moeder Sjannie: eierstokkanker met uitzaaiingen. Die diagnose komt bitterhard aan.

Vlak daarvoor, in februari vieren ze met z’n allen nog gezellig Sjannie’s 58e verjaardag. Maar haar moeder had het idee dat haar lichaam veranderde, dat haar buik wat dikker werd. Ze ging vocht vasthouden. Karlijn: “Vlak daarvoor was ze gevallen. Ze was uitgegleden en ze had ook al lang last van een darmaandoening.  Wij dachten natuurlijk dat het daardoor kwam. Zie je wel, niks aan de hand”. De diagnose kwam daarom als een donderslag bij heldere hemel. 

Vechtmodus
“Wij gingen thuis op een of andere manier tegelijk over op een soort vechtmodus”, zegt Karlijn. “Het idee dat je je moeder moet verliezen, dat mag natuurlijk niet gebeuren. Met z’n allen gingen wij de strijd aan. Mijn vader, die van oorsprong leraar is, stelde een schema op van gezond eten en veel bewegen. Hij ging lekker voor haar koken, maar zij vond niks lekker. Hij hing in de slaapkamer een tekening op van een hand. Bij elke vinger had hij een tekst geschreven: de duim is: positief blijven, wijsvinger: doel voor ogen, middelvinger: naar de top gaan, ringvinger: vertrouwen in elkaar en pink: bij de pinken blijven (is blijven leren). Maar mijn moeder was down en vooral boos, heel erg boos. Vooral boos op haar lijf dat haar in de steek liet. Ze hield in die tijd dagboeken bij. Nauwgezet schreef zij dagelijks over alle praktische zaken die komen kijken bij het ziek zijn, zoals medicatie-inname, eten, bewegen en hoe zij zich fysiek voelde. Jammer genoeg ging het maar zo weinig over haar echte gevoelens. Ze was het liefst thuis, maar dan wordt je leven ook wel erg klein. Mijn vader wilde bijvoorbeeld graag nog op vakantie en zij liever niet, door angst. Dat was moeilijk om te zien, zo jammer. Gelukkig zijn ze op het moment dat de kanker onder controle leek toch wel gegaan”.

Absurd
In 2013 raakte Karlijn zwanger. De tegenstellingen tussen haar moeder’s kanker en Karlijn’s zwangerschap waren absurd. “Mijn moeder had een dikke buik van het buikvocht en ik had een dikke buik van mijn zwangerschap. Mijn moeder wilde die buik verbergen en ik wilde mijn buik juist aan de hele wereld laten zien; daar ben je toch trots op als je zwanger bent. Ik kreeg door de zwangerschap meer haar en zij verloor het juist. Ik wilde lekker eten en zij kon het juist niet”.

 “Omdat zij zo down was probeerde ik het leuker voor haar te maken. Mijn ouders en mijn zusje woonden in het oosten van het land en ik in Amsterdam. Ik wilde elk weekend naar haar toe, elk vrij moment wilde ik er voor haar zijn. Zelf ben je niet ziek, maar het beheerst wel je leven. Ook dat van mijn vader. In dat proces ging ik mij ook steeds meer zorgen maken om hem, je kreeg er een soort tweede zorg bij. Wat is de impact op zijn leven, wat gaat hij doen als zij er niet meer is? Vreemd eigenlijk. En terwijl de hele wereld om je heen stil staat, ga je toch ook weer voor jezelf voorzichtig leuke dingen doen. Dat kan ook niet anders, want je houdt het anders niet vol. In mijn hoofd ging ik onderhandelen met het universum. Doelen stellen zoals: ze moet minimaal 70 worden. En daarna zeker de tweede verjaardag van haar toekomstige kleinzoon meemaken of in ieder geval nog samen een Kerstmis doorbrengen. Dat ze haar eerste kleinkind zou zien en vasthouden, dat was haar heilige doel. En het is haar gelukt!” 

Positief zien
“We probeerden altijd maar weer alles positief te zien. Twee jaar lang. Alles deed je om haar zo lang mogelijk bij je te houden. Steeds maar weer die high five. Zei je bijvoorbeeld: ‘We gaan er voor, maak je maar geen zorgen, kop op, pa redt het straks wel….’ Je had het idee dat je moest strijden, vechten en vooral positief zijn. Het idee dat als je je ware verdriet laat zien, het lijkt alsof je feitelijk gezien de strijd hebt opgegeven. En daar heb ik eigenlijk wel heel veel spijt van. Nu denk ik wel eens: zo jammer dat we niet meer onze emoties hebben gedeeld, meer fysiek contact bijvoorbeeld, zonder de angst haar verkouden te maken. Ook al zou ze dan misschien een half jaar korter hebben geleefd”.

Op 27 augustus 2014 overleed de moeder van Karlijn in een hospice, acht weken na de geboorte van haar eerste kleinkind, Jurre. Ze was net 60 geworden. Karlijn: “En eigenlijk gek, maar in het hospice hebben we ook veel gelachen. We waren een hecht team. Je dacht: ‘ga nu nog maar even niet dood want we hebben het zo fijn met z’n allen’. En toen was ze weg. Mijn moeder was best wel gelovig, had altijd veel met engelen. Zij geloofde dat er meer is en dan hoop je er ook op. Je hoopt op tekens, op een soort signaal, juist omdat zij daar zo in geloofde, maar er komt niks”.

“Een paar maanden na haar overlijden verdwijnt het beeld van je zieke moeder langzaam en de herinneringen aan die gezonde moeder komen sterk terug. Fijn dat je je gezonde moeder herinnert, maar dat was soms wel een tweede klap. Extra het besef dat ze echt nooit meer terugkomt. Inmiddels is ook mijn dochter Lyske geboren, nieuw leven geeft hoop voor de toekomst. Ook hebben we een huis gekocht. Dan denk ik vaak: wat zou m’n moeder dat mooi vinden. Jammer dat zij dit niet mee kan maken. Het verlies is hard en slijt maar langzaam”.

Veranderd
De periode van haar moeders ziekte heeft Karlijn zeker veranderd.  “Je gaat bewuster over het leven nadenken. Uiteindelijk heeft het hele gebeuren mij laten zien dat je sterker bent dan je denkt. Op een of andere manier kom je er niet helemaal ongeschonden uit. Je gaat door een diep dal, je onbezorgdheid is weg. Er is een litteken voor in de plaats gekomen. Mijn zus Anouk en ik zijn in die jaren wel veel dichter bij elkaar gekomen. En als naaste vrienden vroegen hoe het er mee ging, merkte ik dat eigenlijk alleen degene die ook zo iets heeft meegemaakt echt snapt wat het is. En als ik nu iemand zie met een sjaaltje of een haarwerkje, dan weet ik ook tegelijk van het verdriet dat daar achter zit. Niet alleen van de persoon, maar ook van de naasten. Wat mij opviel en tegenstaat is, dat in ziekenhuizen de vrouwen met kanker op de afdeling gynaecologie in dezelfde wachtkamers zitten als de zwangere vrouwen. Dat zou anders moeten, want dat is zo confronterend. Misschien zou Olijf dat eens bespreekbaar kunnen maken?

Blijft de vraag of de doodsoorzaak van de moeder van Karlijn ook te maken heeft met erfelijke factoren. Inmiddels heeft het zusje van Karlijn zich laten testen en ook een tante, de zuster van haar moeder. Beiden testten negatief. Karlijn zelf is nog niet getest, dat is er door haar zwangerschappen nog niet van gekomen. Nu twijfelt zij: zal ik wel, zal ik niet. Wil ik het wel weten?