• Slider

Overal dezelfde hoogwaardige zorg bij kanker

4 februari 2020

Als er íémand is die op de bres gaat voor regionale samenwerking op het gebied van kanker is het professor Ronald Zweemer. “In mijn vakgebied, de oncologische gynaecologie, zijn alle ziektebeelden zeldzaam. Dat is een omstandigheid die het gewoon keihard nodig maakt om de hele regio samen te laten werken. Nu we dat voor elkaar hebben, maakt het voor patiënten niet meer uit in welk ziekenhuis zij zich melden. Ze krijgen overal dezelfde hoogwaardige zorg.”

Het is misschien wel de belangrijkste zorgontwikkeling van de laatste jaren in de oncologie: het ‘afbreken van muren’. Eerst binnen ziekenhuizen: er werden teams gevormd van verschillende specialisten die samenwerken rond een patiënt. De scheiding tussen afdelingen (bijvoorbeeld urologie, radiotherapie, medische oncologie) bestaat nog, maar patiënten hebben daar geen last van: ze worden door één team behandeld. Vervolgens werden er ook regionale samenwerkingsverbanden opgezet. Zorgverleners van verschillende ziekenhuizen in de regio bundelen hun kennis en ervaring. Die samenwerking kan verschillende vormen hebben, maar het is altijd heel concreet: behandelaars bespreken in videoconferenties samen al hun patiënten, vormen expertteams per tumorsoort binnen hun vakgebied of ze staan samen te opereren.

.........

Samenwerking met patiënten
Zweemer vertelt het verhaal van een patiënte met granulosacelcarcinoom, een zeldzame vorm van eierstokkanker. “Zij was in de omstandigheden dat ze een fonds kon vormen: het Granulosafonds Philine van Esch. Daarmee konden we onderzoek opzetten. Er gebeurde iets fantastisch: de patiëntengroep had zich al enigszins georganiseerd in een Facebookgroep, waar wij mochten aansluiten om medische kennis te delen. Patiëntenorganisatie Olijf richtte een speciale landingspagina in en vanaf dat moment wisten patiënten ons te vinden om deel te nemen aan het onderzoek. Zij motiveerden zelf weer hun artsen, en die bleken in meerderheid bereid om de genoemde organisatorische horde te nemen en in te stappen. Op deze manier is het team in staat geweest tussen 2017 en nu 100 vrouwen met een granulosaceltumor te includeren in deze studie. We onderzoeken nu de moleculaire achtergrond van de ziekte, gerichte therapiemogelijkheden, verbetering van beeldvorming en monitoring. Allemaal mogelijk door samenwerking!”