Deel via

De placenta bestaat uit trofoblastcellen. Trofoblastziekten ontstaan als bij een zwangerschap de placenta doorgroeit, terwijl er geen embryo meer is. Het gevaar bestaat dat de trofoblastcellen zich verspreiden naar andere organen waar zij verder groeien.

Trofoblastziekten is een verzamelnaam voor de volgende aandoeningen:

  • molazwangerschap: door onjuiste celdeling kan de embryo zich niet ontwikkelen. Er ontstaan blaasjes die lijken op een druiventros. Een molazwangerschap kan ook gedeeltelijk (partieel) ontstaan.

  • persisterende trofoblast: bij ongeveer 15% van de molazwangerschappen blijven er trofoblastcellen achter. Die kunnen een persisterende (blijvende) trofoblast vormen. Dit is een goedaardige tumor.

  • choriocarcinoom: een kwaadaardige tumor van trofoblastcellen. Deze lijkt op een persisterende trofoblast. Onder de microscoop ziet choriocarcinoom er anders uit.

Cijfers over trofoblastziekten
In Nederland komen per jaar zo’n 200 molazwangerschappen voor. Ongeveer 15% van de molazwangerschappen wordt een blijvende trofoblast. Per jaar krijgen zo’n 9 vrouwen choriocarcinoom. De meeste van hen zijn tussen de 30 en 50 jaar oud.

Symptomen trofoblastziekten / molazwangerschap

Vrouwen met een molazwangerschap hebben vaak:

  • meer last van zwangerschapsklachten, zoals misselijkheid en braken
  • een te snel werkende schildklier
  • zwangerschapsvergiftiging

Een molazwangerschap wordt vaak al vroeg in de zwangerschap ontdekt. De meeste vrouwen hebben dan nog geen hevige klachten

Risicofactoren trofoblastziekten

Risicofactoren voor een persisterende trofoblast zijn:

  • jonge leeftijd bij zwangerschap, of juist leeftijd boven de 40
  • grote baarmoeder/veel molaweefsel in de baarmoeder
  • onvolledige verwijdering van de molazwangerschap
  • grote cysten in de eierstokken

Risicofactoren voor een choriocarcinoom zijn:

  • voldragen zwangerschap en molazwangerschap
  • buitenbaarmoederlijke zwangerschap
  • spontane miskraam
  • abortus

Onderzoek en diagnose trofoblastziekten

Bij een vermoeden van een molazwangerschap doet de arts of verloskundige een uitwendig onderzoek. Hij voelt hoe groot de baarmoeder is. Meestal doet hij ook een inwendig onderzoek, waarbij hij de vagina en de baarmoedermond onderzoekt. Met een inwendige echografie via de vagina worden de baarmoeder en de eierstokken in beeld gebracht.

Bij verdenking op een molazwangerschap wordt bloedonderzoek gedaan. Daarbij wordt onder andere de concentratie hCG in het bloed bepaald. De placenta maakt het hormoon hCG aan bij zwangerschap, en ook bij molazwangerschap.

Bij de diagnose persisterende trofoblastziekte doet de arts aanvullende onderzoeken. Hiermee kan hij de bepalen hoe uitgebreid de ziekte is en of er uitzaaiingen zijn. Je kunt één of meer van de volgende onderzoeken krijgen:

  • longfoto
  • CT-scan
  • MRI-scan

Hoog of laag risico trofoblastziekten
Bij een persisterende trofoblastziekte kan er sprake zijn van laag of hoog risico.

Bij laag risico:

  • geen uitzaaiingen of alleen in de longen
  • voorafgaand een molazwangerschap of miskraam
  • geen eerdere chemotherapie
  • start chemotherapie binnen 12 maanden na curettage

Bij hoog risico:

  • uitzaaiingen in de lever en/of in de hersenen
  • voorafgaand een voldragen zwangerschap
  • resistent voor chemotherapie
  • start chemotherapie later dan 12 maanden na curettage

Met deze indeling schat de arts de vooruitzichten in en bepaalt hij de behandeling.

Behandeling trofoblastziekten

De behandeling bij trofoblastziekten kan bestaan uit:

  • curettage
  • operatie
  • chemotherapie

Trofoblastziekten zijn zeldzaam. Nederland heeft een aantal erkende gynaecologische-oncologische centra waar je terecht kunt voor de behandeling van trofoblastziekten.

Curettage
Bij een molazwangerschap krijg je als behandeling een curettage. Met een zuigbuis wordt de baarmoeder leeggehaald. Daarvoor wordt eerst de baarmoedermond opgerekt. Je krijgt de curettage onder algehele narcose.

Na de behandeling wordt wekelijks het gehalte hCG in het bloed bepaald totdat dit een normaal niveau heeft. Vervolgens krijg je een halfjaar lang iedere maand een controle.

Operatie
Ben je ouder dan 40 jaar en heb je geen kinderwens meer, dan kan de arts adviseren om de baarmoeder te verwijderen. Dit is een grotere ingreep dan een curettage.

Chemotherapie
Persisterende trofoblastziekte wordt behandeld met chemotherapie. Bij een laag risico krijg je chemotherapie met één medicijn. Bij hoog risico krijg je een combinatie van verschillende soorten medicijnen.

De behandeling van een choriocarcinoom na een voldragen zwangerschap bestaat ook uit een combinatie van verschillende soorten chemotherapie.

Nazorg en controle trofoblastziekten

De nazorg hangt af van de soort trofoblastziekte en de behandeling die je hebt gehad. Het controleschema verschilt per persoon. Eerst krijg je een wekelijkse bepaling van het hCG-gehalte, daarna maandelijks.

Gevolgen trofoblastziekten

Kanker en de behandeling ervan hebben vaak een grote invloed op het dagelijks leven. Sommige gevolgen hebben met de ziekte zelf te maken. Andere met de behandeling.

Gevolgen waar veel mensen met kanker mee te maken krijgen: vermoeidheid, geheugenverlies en concentratieproblemen, veranderingen in je uiterlijk, angst voor terugkeer van de ziekte en somberheid.

Vind hulp

Verschillende zorgverleners kunnen extra begeleiding bieden. Zowel in als buiten het ziekenhuis. Probeer iemand te vinden die ervaring heeft met het begeleiden van mensen met kanker.

Lees verder op kanker.nl >>

Meer informatie, ervaringsverhalen en gespreksgroepen

De informatie op deze pagina is een samenvatting van de -mede door Olijf geschreven- informatie op www.kanker.nl.

Wil je meer lezen over trofoblastziekten? Ga dan naar de bibliotheek van Kanker.nl.

In de online gespreksgroepen op kanker.nl kun je lotgenoten ontmoeten, vragen stellen en kennis en ervaringen vinden of delen. Vrijwilligers die ook bij Olijf actief zijn en andere (ex-)patiënten helpen je daar verder.

Stel je vraag aan een professional
Je kunt ook een vraag stellen aan dr. Cor de Kroon, gynaecoloog-oncoloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Op kanker.nl vind je ook blogs van deelnemers, onder andere over hun ervaringen met trofoblastziekten.