Deel via

Bij eierstokkankerkanker groeit er een kwaadaardige tumor in de eierstok. Een kwaadaardige tumor is kanker. De medische naam voor eierstokkanker is ovariumcarcinoom.

Cijfers over eierstokkanker
Per jaar krijgen ongeveer 1300 vrouwen de diagnose eierstokkanker. Meestal zijn het vrouwen ouder dan 60 jaar.

Bekijk hier de overlevingscijfers van eierstokkanker >>

Verschillende soorten
Er zijn verschillende soorten eierstokkanker. Meestal gaat het bij eierstokkanker om een epitheliaal ovariumcarcinoom. Deze soort eierstokkanker ontstaat in de buitenste laag cellen van de eierstokken of eileiders.

Er zijn ook andere soorten eierstokkanker, zoals een granulosaceltumor of een kiemceltumor. Deze soorten ontstaan in de andere celtypen van de eierstok.

Lees verder over de verschillende soorten eierstokkanker op kanker.nl.

Video: Eierstokkanker, wat is het en wat zijn de ontwikkelingen? (mei 2021)

Aanvullend op deze video: Carolien heeft een niet-erfelijke BRCA-mutatie (alleen in de tumor). In dat geval krijg je sinds april 2020 na de eerste behandeling ook PARP-remmers.

Symptomen van eierstokkanker

Van eierstokkanker heb je in het begin geen klachten. Het wordt bijna altijd pas ontdekt als de ziekte zich heeft uitgebreid. Je kunt dan last hebben van:

  • opgeblazen buik
  • snel een vol gevoel
  • geen trek in eten
  • misselijkheid
  • pijn in de onderbuik
  • vaker plassen dan normaal

Soms zijn er ook andere symptomen zoals:

  • maag-darmklachten, zoals verstopping of diarree
  • steeds heel erg moe zijn
  • afvallen zonder duidelijke reden
  • onverwacht (abnormaal) bloedverlies: bloedverlies uit de vagina na de overgang, of bloedverlies tussen de menstruaties in

Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Maar als ze na 2 tot 3 weken niet weg zijn, is dat altijd een reden om naar de huisarts te gaan.

Oorzaken van eierstokkanker

De precieze oorzaak van eierstokkanker is niet bekend. Wel is er een aantal risicofactoren die de kans groter maken dat een vrouw eierstokkanker krijgt.

De belangrijkste risicofactoren zijn:

  • een erfelijke aanleg voor eierstokkanker
  • het aantal eisprongen dat een vrouw tijdens haar leven heeft. De kans op eierstokkanker lijkt groter bij vrouwen die meer eisprongen in hun leven hebben.

Erfelijkheid en eierstokkanker

Ongeveer 1 op de 7 à 10 vrouwen met eierstokkanker heeft de ziekte gekregen door een erfelijke aanleg. Een erfelijke aanleg betekent dat je meer kans hebt om eierstokkanker te krijgen. Je erft de aanleg van 1 van je ouders.

Deze vrouwen hebben een erfelijke aanleg voor eierstokkanker:

  • vrouwen met een BRCA1-mutatie
  • vrouwen met een BRCA2-mutatie
  • vrouwen met sommige vormen van het Lynch-syndroom
  • vrouwen met het Peutz-Jegherssyndroom
  • vrouwen met een RAD51C-, RAD51D- of BRIP1-mutatie

Heb je de diagnose eierstokkanker gekregen, of heb je in het verleden de diagnose gehad, dan kun je altijd een erfelijkheidsonderzoek krijgen. Een klinisch geneticus (erfelijkheidsarts) onderzoekt dan of je een erfelijke aanleg hebt voor eierstokkanker.

Lees meer over erfelijke aanleg voor eierstokkanker >>

Onderzoek en diagnose eierstokkanker

Er zijn verschillende onderzoeken nodig om te kunnen bepalen of er sprake is van eierstokkanker. En of er uitzaaiingen zijn. De onderzoeken vinden in het ziekenhuis plaats, meestal door een gynaecoloog. Dit is een arts gespecialiseerd in ziektes aan de vrouwelijke geslachtsorganen.

De belangrijkste onderzoeken bij eierstokkanker staan hieronder genoemd. Niet alle onderzoeken zijn altijd nodig.

Bloedonderzoek
De arts laat het bloed onderzoeken op de hoeveelheid CA 125. Deze stof heet ook wel een tumormarker.
Bij eierstokkanker kunnen de kankercellen CA 125 aanmaken. Deze stof komt dan in het bloed. Als er veel CA 125 in het bloed zit, kan dat betekenen dat je eierstokkanker hebt.

Echografie
Met een echografie kijkt de arts of er een afwijking in je buik zit. En ook of er te veel vocht in de buik zit.

Echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven hoor je niet. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen en weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Zo kan de arts de organen in het lichaam bekijken en een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.

Tijdens het onderzoek smeert de arts of echolaborant gel op de huid. Hij of zij beweegt een klein apparaatje over de huid dat de geluidsgolven uitzendt.

Bij een inwendige echo brengt de arts of echolaborant een speciale echokop een klein stukje in de vagina.

Punctie van de buik
Zit er veel vocht in de buik, dan onderzoekt de arts of daar kankercellen in zitten. Je krijgt dan een punctie: de arts prikt met een dunne, holle naald door de huid. Via de naald zuigt de arts cellen en vocht op uit de buikholte. Een patholoog onderzoekt de cellen onder de microscoop.

CT-scan
Met een CT-scan kan de arts de tumor bekijken. Bijvoorbeeld hoe ver de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien en dus ook de precieze plek van de tumor. Het scan-apparaat maakt gebruik van röntgenstraling en een computer.

De patiënt ligt op een tafel en schuift door de ronde opening van de CT-scanner. Tijdens het onderzoek maakt het apparaat een serie foto’s. De CT-scanner maakt ook uitzaaiingen zichtbaar.

Soms is het gebruik van contrastvloeistof nodig. Dit kan het resultaat van de scan duidelijker maken. De medewerker van de afdeling Radiologie dient de vloeistof via een infuus toe, of de patiënt krijgt het als drankje. Sommige mensen zijn overgevoelig voor contrastvloeistof. Het is belangrijk om dit voor het onderzoek aan de arts te melden.

PET-CT-scan
Met een PET-CT-scan kan de arts zien waar uitzaaiingen zitten van eierstokkanker. Een PET-CT-scan is een gecombineerd onderzoek van tegelijkertijd een PET-scan en een CT-scan.

Op een PET-scan kan de arts kankercellen onderscheiden van gewone cellen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Met een PET-CT-scan is daarom goed te zien waar in het lichaam de kankercellen precies zitten.

Eerst krijgt de patiënt een licht radioactieve vloeistof in een bloedvat ingespoten en moet daarna een tijdje stil liggen in een aparte kamer. Wanneer de kankercellen genoeg radioactieve stof hebben opgenomen, kan de scan gemaakt worden.

Het apparaat heeft een ronde opening waar de patiënt op een tafel een paar keer doorheen schuift. De scanner maakt foto’s vanuit alle hoeken.

De diagnose eierstokkanker
Naar aanleiding van de uitslagen van de onderzoeken is er een gesprek met de arts. Als het om eierstokkanker blijkt te gaan, zal de arts meer uitleggen over de tumor. Bijvoorbeeld hoe uitgebreid de kanker is (het stadium) en of de kanker is uitgezaaid.

Het is belangrijk om iemand mee te nemen naar dit gesprek: twee horen meer dan één. Ook kan het handig zijn om het gesprek op te nemen. Dan is later terug te luisteren wat de arts heeft gezegd. Overleg dit van tevoren altijd even met de arts.

In het gesprek stelt de arts een behandeling voor. Samen met je arts bespreek je wat het effect van de behandeling kan zijn op je dagelijks leven.

Deze 3 vragen kunnen helpen tijdens het gesprek:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van deze mogelijkheden?
  • Wat betekent dat voor mijn situatie?

Uitzaaiingen
Eierstokkanker zaait meestal snel uit. Er komen dan kankercellen los van de tumor in de eierstok. Die gaan eerst naar het buikvlies en het vetschort, dan naar andere delen van het lichaam zoals de lymfeklieren, de lever of de longen.

Behandeling eierstokkanker

Bij eierstokkanker zijn meerdere behandelingen mogelijk. Het ligt aan de soort eierstokkanker, de ernst van de ziekte en de conditie van de patiënt welke behandeling de arts voorstelt. Het is ook mogelijk om af te zien van een behandeling.

De meest gegeven behandelingen van eierstokkanker zijn:

Operatie
De behandeling van eierstokkanker bestaat bijna altijd uit een operatie. De arts haalt dan zoveel mogelijk tumorweefsel weg. Dit heet debulking.

Vaak is een operatie voldoende als er geen kankercellen buiten de eierstokken zitten. Als er kankercellen buiten de eierstokken zitten, krijg je meestal een uitgebreide operatie en chemotherapie. Soms krijg je daarna doelgerichte therapie.

Chemotherapie
Chemotherapie is een behandeling bij uitgezaaide eierstokkanker. Het kan ook een behandeling zijn als de kanker terugkomt.

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die kankercellen doden of hun celdeling remmen. Meestal wordt chemotherapie via een infuus in een ader gegeven. Soms is ook chemotherapie mogelijk rechtstreeks in de buikholte.

Na de behandeling volgt een rustperiode van enkele weken. Zo’n cyclus van behandeling en de rustperiode heet een chemokuur. Een behandeling bestaat meestal uit meerdere chemokuren.

HIPEC
Sommige vrouwen krijgen een operatie en een HIPEC-behandeling. De arts spoelt dan na de operatie de buikholte met een warme vloeistof waar een hoge dosis chemotherapie in zit. Doel is onzichtbare kankercellen in de buikholte te doden.

Bekijk ook de praatkaart 'Dit is HIPEC' van Olijf >>

Doelgerichte therapie
Doelgerichte therapie is een onderhoudsbehandeling na chemotherapie. Het kan ook een behandeling zijn als de eierstokkanker terugkomt.

Doelgerichte therapie (targeted therapy) is een behandeling met medicijnen. De medicijnen werken heel gericht op de kankercellen. Ze kunnen de kankercellen doden, of het groeien van de kankercellen afremmen.

Er zijn verschillende doelgerichte therapieën beschikbaar voor eierstokkanker:

  • bevacizumab: een medicijn dat de aanmaak van nieuwe bloedvaten remt
  • PARP-remmers: deze medicijnen werken alleen bij vrouwen die eierstokkanker hebben gekregen door een afwijking in het BRCA-gen.

Lees het bericht over gebruik van PARP-remmers na eerste chemokuur >>

Anti-hormonale therapie bij eierstokkanker
Anti-hormonale therapie kan een behandeling zijn bij een laaggradig ovariumcarcinoom dat niet reageert op chemotherapie en niet te opereren is. Laaggradig betekent dat de kankercellen niet snel groeien.

Ascitesdrainage bij eierstokkanker
Je kunt last hebben van erg veel vocht in je buik. Een ander woord hiervoor is ascites. De arts kan het teveel aan vocht verwijderen met een ascitesdrainage.

Een behandeling is niet verplicht
Het is nooit verplicht om een behandeling te volgen. Afzien van een behandeling kan altijd.

Terugkeer van eierstokkanker

Bij ongeveer 6 van de 10 vrouwen komt de eierstokkanker na de behandeling terug. Meestal gebeurt dit in de eerste 3 jaar na de behandeling.

Je kunt dan behandelingen krijgen om de ziekte te remmen en klachten te verminderen, zoals chemotherapie en doelgerichte therapie. Bij een hormoongevoelige tumor kan hormonale therapie een optie zijn.

Lees verder over de behandeling van teruggekeerde eierstokkanker >>

Gevolgen eierstokkanker

Eierstokkanker en de behandeling ervan is voor veel mensen heel belastend. Het kan grote gevolgen hebben, en klachten veroorzaken op de lange termijn. Die klachten kunnen lichamelijk zijn, maar ook psychisch. De ziekte kan veel invloed hebben op je dagelijks leven.

Vrouwen met eierstokkanker kunnen te maken krijgen met de volgende klachten:

Seksuele problemen
Het verlies van de baarmoeder en/of de eierstokken kan het gevoel van vrouw-zijn beïnvloeden. Andere klachten kunnen zijn: minder zin om te vrijen of pijn bij het vrijen. Emoties rondom het verwerken van kanker hebben vaak ook invloed op seksualiteit en intimiteit.

Bekijk ook de praatkaart 'Vrouwenkanker en seks' van Olijf >>

Lymfoedeem
Zijn er lymfeklieren uit de liezen verwijderd of bestraald, dan kan er vochtophoping in de benen ontstaan. Dit heet lymfoedeem. De benen kunnen dan zwaar, vermoeid, strak of pijnlijk aanvoelen. Later kunnen de benen ook dikker worden. Oedeemtherapie kan helpen tegen de klachten.

Vermoeidheid
Vermoeidheid na kanker komt veel voor. Ook bij vrouwen met eierstokkanker. Dat kan door de ziekte zelf komen, maar ook door de behandeling. Als de vermoeidheid er 6 maanden na de behandeling nog is, heet het chronische vermoeidheid. De arts kan hier een oplossing voor zoeken, bijvoorbeeld hulp van een psycholoog.

Onvruchtbaarheid
Door de behandeling van eierstokkanker kun je verminderd vruchtbaar of onvruchtbaar worden.

Heb je een kinderwens, dan is het belangrijk om dit voor de start van de behandeling met de arts te bespreken. Soms kunnen je baarmoeder en de andere, gezonde eierstok blijven zitten.

Vervroegde overgang
Wanneer de arts beide eierstokken tijdens de operatie verwijdert, kom je vervroegd in de overgang als je nog niet in de overgang was. Je kunt dan last krijgen van overgangsklachten, zoals botontkalking, drogere vagina, moeite met klaarkomen, nachtelijk zweten, opvliegers.

Je kunt al na een week last krijgen van deze klachten. Ze kunnen heel hevig zijn. Dit komt door de plotselinge afwezigheid van de hormonen.

Om de klachten te verminderen kun je hormoonvervangende medicijnen krijgen. Die helpen ook tegen botontkalking.

Cijfers over de gevolgen van eierstokkanker
Cijfers over gevolgen van eierstokkanker en de behandeling ervan zijn verzameld in onderzoeken van IKNL (Integraal Kankercentrum Nederland), samen met Tilburg University en zorgverleners.

Bekijk de cijfers over de gevolgen van eierstokkanker (mei 2021) >>

Webinar 'late gevolgen van gynaecologische kanker'

Vind hulp

Verschillende zorgverleners kunnen extra begeleiding bieden. Zowel in als buiten het ziekenhuis. Probeer iemand te vinden die ervaring heeft met het begeleiden van mensen met kanker.

Lees verder op kanker.nl >>

Meer informatie, ervaringsverhalen en gespreksgroepen

De informatie op deze pagina is een samenvatting van de -mede door Olijf geschreven- informatie op www.kanker.nl.

Wil je meer lezen over eierstokkanker? Ga dan naar de bibliotheek van Kanker.nl.

Heb je een vraag, wil je je hart luchten of zoek je contact met een lotgenote? Neem dan contact op met onze vrijwilligers. Dat kan via de telefoon, mail of WhatsApp. Lees verder >>

In de online gespreksgroepen op kanker.nl kun je lotgenoten ontmoeten, vragen stellen en kennis en ervaringen vinden of delen. Vrijwilligers die ook bij Olijf actief zijn en andere (ex-)patiënten helpen je daar verder.

Stel je vraag aan een professional
Je kunt ook een vraag stellen aan dr. Cor de Kroon, gynaecoloog-oncoloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Op kanker.nl vind je ook blogs van deelnemers, onder andere over hun ervaringen met eierstokkanker.