Deel via

Baarmoederkanker is een kanker van de baarmoeder. Er zijn verschillende vormen.

Baarmoederkanker is kanker van de baarmoeder. Er ontstaat dan een kwaadaardige tumor in het baarmoederslijmvlies. De medische term voor baarmoederkanker is endometriumcarcinoom.

Soms ontstaat de kanker in het bindweefsel of in het spierweefsel van de baarmoeder. De tumor heet dan een baarmoedersarcoom. Lees verder over baarmoedersarcoom op Kanker.nl >>

Deze tekst gaat over endometriumcarcinoom of baarmoedercarcinoom.

Cijfers over baarmoederkanker

  • De meeste vrouwen die baarmoederkanker krijgen, zijn tussen de 60 en 80 jaar.
  • De tumor komt zelden voor bij vrouwen jonger dan 45 jaar, maar het kan wel.
  • Jaarlijks krijgen ongeveer 2.000 vrouwen in Nederland baarmoederkanker.

Soorten baarmoederkanker
Er zijn verschillende soorten baarmoederhalskanker. Bijna altijd ontstaat baarmoederkanker uit cellen in de slijmvlieslaag van de baarmoeder. De kanker groeit vaak langzaam en is meestal goed te genezen.

Er zijn ook agressievere vormen van baarmoederkanker. Die komen veel minder vaak voor.

Baarmoederkanker of baarmoederhalskanker?
Baarmoederkanker is kanker in het baarmoederlichaam. Het baarmoederlichaam is het brede deel en het grootste deel van de baarmoeder. Baarmoederhalskanker is kanker die ontstaat in de baarmoederhals en/of de baarmoedermond. Zowel het ziekteverloop als de behandeling van beide ziekten zijn verschillend. Het uitstrijkje is een onderzoek naar baarmoederhalskanker.

Video: Baarmoederkanker, wat is het en wat zijn de ontwikkelingen? (mei 2021)

Symptomen van baarmoederkanker

Klachten die kunnen voorkomen bij baarmoederkanker zijn:

  • na de overgang: bloedverlies uit de vagina of bruinige afscheiding
  • voor de overgang: onregelmatig en overmatig bloedverlies tussen de menstruaties door

Een grote tumor in de baarmoeder kan soms ook andere klachten veroorzaken, zoals:

  • moeite hebben om de blaas goed leeg te plassen
  • bloedverlies tijdens het plassen
  • moe zijn, afvallen of buikpijn.

Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Maar ze zijn altijd een reden om naar de huisarts te gaan.

Goed om te weten: vaak heeft het bloedverlies na de overgang een goedaardige oorzaak. Bij ongeveer 1 op de 10 vrouwen is bloedverlies na de overgang een symptoom van baarmoederkanker.

Oorzaken van baarmoederkanker

De precieze oorzaak van baarmoederkanker is niet bekend. De belangrijkste risicofactor is jarenlang verhoudingsgewijs veel oestrogeen hebben.

Een disbalans tussen de hormonen met relatief veel oestrogeen kan verschillende oorzaken hebben:

  • vroege eerste menstruatie en/of late overgang
  • niet zwanger worden of geweest
  • overgewicht
  • lange tijd hormoonpreparaten gebruikt met alleen oestrogeen gebruikt (bijvoorbeeld bij overgangsklachten)
  • borstkanker gehad en een aantal jaren het medicijn tamoxifen gebruikt.

Het oestrogeen in het bloed neemt ook toe bij:

  • een granulosaceltumor
  • het Polycysteus Ovarium Syndroom

Een erfelijke aanleg
Vrouwen met het Lynch-syndroom hebben een verhoogde kans op het ontstaan van baarmoederkanker. Het Lynch-syndroom is een erfelijke aandoening die een verhoogde kans op een aantal kankersoorten geeft.

Onderzoek en diagnose baarmoederkanker

Onderzoeken bij baarmoederkanker
Er zijn verschillende onderzoeken nodig om te kunnen bepalen of er sprake is van baarmoederkanker. En of er uitzaaiingen zijn.

De onderzoeken vinden in het ziekenhuis plaats, meestal door een gynaecoloog. Dit is een arts gespecialiseerd in ziektes aan de vrouwelijke geslachtsorganen.

De belangrijkste onderzoeken bij baarmoederkanker staan hieronder genoemd. Niet alle onderzoeken zijn altijd nodig.

Gynaecologisch onderzoek
De arts gebruikt bij het gynaecologisch onderzoek een eendenbek (speculum) om de vagina en de baarmoederhals te bekijken.

Meestal maakt de arts ook een inwendige echo. Hij of zij brengt een speciale echokop een klein stukje in de vagina. Op een beeldscherm kan de arts het baarmoederslijmvlies, de spierlaag van de baarmoeder en de eierstokken zien en beoordelen.

Micro-curettage
Is het baarmoederslijmvlies dikker dan normaal, dan neemt de arts met een soort lepeltje wat baarmoederslijmvlies weg. Dit heet een micro-curettage. Een patholoog onderzoekt het weefsel in het laboratorium.

Soms is verder onderzoek nodig om te kijken of er uitzaaiingen zijn. Dat kan door middel van een CT-scan, MRI-scan of longfoto. Soms is ook nog een PET-CT-scan nodig.

CT-scan
Als het nodig is, onderzoekt de arts hoever de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn.

Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien en dus ook de precieze plek van de tumor. Het scan-apparaat maakt gebruik van röntgenstraling en een computer.

De patiënt ligt op een tafel en schuift door de ronde opening van de CT-scanner. Tijdens het onderzoek maakt het apparaat een serie foto’s. De CT-scanner maakt ook uitzaaiingen zichtbaar.

Soms is het gebruik van contrastvloeistof nodig. Dit kan het resultaat van de scan duidelijker maken. De medewerker van de afdeling Radiologie dient de vloeistof via een infuus toe, of de patiënt krijgt het als drankje. Sommige mensen zijn overgevoelig voor contrastvloeistof. Het is belangrijk om dit voor het onderzoek aan de arts te melden.

MRI-scan
Een MRI-scan werkt met een magneetveld, radiogolven en een computer. Het scan-apparaat maakt foto’s in de lengte of de breedte van het lichaam. Zo kan de arts een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.

Tijdens dit onderzoek ligt de patiënt in een soort koker of tunnel. Sommige mensen vinden dit benauwend. Het apparaat maakt veel lawaai. Een koptelefoon met muziek kan helpen.

Soms is naast een CT-scan ook een MRI-scan nodig. Of de MRI-scan wordt gemaakt in plaats van de CT-scan.

PET-CT-scan
Een PET-CT-scan is een gecombineerd onderzoek van tegelijkertijd een PET-scan en een CT-scan.

Op een PET-scan kan de arts kankercellen onderscheiden van gewone cellen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Met een PET-CT-scan is daarom goed te zien waar in het lichaam de kankercellen precies zitten.

Eerst krijgt de patiënt een licht radioactieve vloeistof in een bloedvat ingespoten en moet daarna een tijdje stil liggen in een aparte kamer. Wanneer de kankercellen genoeg radioactieve stof hebben opgenomen, kan de scan gemaakt worden.

Het apparaat heeft een ronde opening waar de patiënt op een tafel een paar keer doorheen schuift. De scanner maakt foto’s vanuit alle hoeken.

De diagnose baarmoederkanker
Naar aanleiding van de uitslagen van de onderzoeken is er een gesprek met de arts. Als het om baarmoederkanker blijkt te gaan, zal de arts meer uitleggen over de tumor. Bijvoorbeeld hoe uitgebreid de kanker is (het stadium) en of de kanker is uitgezaaid.

Het is belangrijk om iemand mee te nemen naar dit gesprek. Twee horen meer dan één. Ook kan het handig zijn om het gesprek op te nemen. Dan is later terug te luisteren wat de arts heeft gezegd. Overleg dit van tevoren altijd even met de arts.

In het gesprek stelt de arts een behandeling voor. Het is tegenwoordig heel gewoon om mee te beslissen over de behandeling.

Deze 3 vragen kunnen helpen tijdens het gesprek:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van deze mogelijkheden?
  • Wat betekent dat voor mijn situatie?

Uitzaaiingen
Baarmoederkanker kan uitzaaien, maar dat gebeurt niet vaak. Als baarmoederkanker uitzaait, is het meestal naar de lymfeklieren in het bekken.

Soms zaait baarmoederkanker via het bloed uit naar andere delen van het lichaam, bijvoorbeeld naar de longen, de lever of het bot.

Behandeling van baarmoederkanker

Bij baarmoederkanker zijn meerdere behandelingen mogelijk. Het ligt aan de soort baarmoederkanker, de ernst van de ziekte en de conditie van de patiënt welke behandeling de arts voorstelt. Het is ook mogelijk om af te zien van een behandeling.

Operatie
De behandeling van baarmoederkanker bestaat bijna altijd uit een operatie.

Wanneer de kanker alleen in de baarmoeder zit, haalt de arts de baarmoeder weg. Hij of zij verwijdert ook de eierstokken en eileiders. Daar kunnen namelijk uitzaaiingen in zitten. Soms is na de operatie nog een behandeling nodig met bestraling, soms ook chemotherapie.

Wanneer de tumor agressief is, doet de arts vaak een stadiëringsoperatie. Bij het weefselonderzoek wordt dan duidelijk wat het stadium van de ziekte is. Dat is belangrijk voor het bepalen van de behandeling.

Is de kanker al verder buiten de baarmoeder gegroeid, dan kan een uitgebreide operatie nodig zijn (debulkingoperatie).

Bestraling
Bestraling kan bij baarmoederkanker een aanvullende behandeling zijn na een operatie om de kans op terugkeer van de kanker kleiner te maken. Het kan gaan om uitwendige bestraling, inwendige bestraling of een combinatie. Soms is ook nog chemotherapie nodig.

Soms kan bestraling een alternatief zijn voor een operatie.

Bij uitzaaiingen van baarmoederkanker op andere plekken in het lichaam kan bestraling helpen, bijvoorbeeld bij pijn door botuitzaaiingen.

Bij uitwendige bestraling komt de straling uit een bestralingstoestel. De bestraling gaat van buitenaf door de huid heen. De radiotherapeut en radiotherapeutisch laborant bepalen nauwkeurig de hoeveelheid straling en de plek van de bestraling. Hiervoor maken ze een CT-scan en plaatsen ze enkele tatoeagepuntjes op de huid. Zo kunnen zij op het bestralingstoestel de juiste instelling makkelijker terugvinden.

Bij inwendige bestraling plaatst de bestralingsarts tijdelijk een cilinder of ‘ring’ in de vagina. In de cilinder of ring wordt later via een toevoerslangetje een kleine bestralingsbron gebracht. Die geeft straling af op de plek van het litteken van de operatie. Een ander woord voor inwendige bestraling is brachytherapie.

Chemotherapie
Chemotherapie kan bij baarmoederkanker een behandeling zijn na een operatie. Vaak is het dan een behandeling in combinatie met bestraling. Dit heet chemoradiatie. Chemotherapie of chemoradiatie maakt de kans kleiner dat de kanker terugkomt.

Chemotherapie kan soms ook een behandeling zijn vóór de operatie om de tumor kleiner te maken.

Bij uitzaaiingen van baarmoederhalskanker kan chemotherapie helpen om de ziekte te remmen en klachten te verminderen.

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die kankercellen doden of hun celdeling remmen. Meestal wordt chemotherapie via een infuus in een ader gegeven.

Na de behandeling volgt een rustperiode van enkele weken. Zo’n cyclus van behandeling en de rustperiode heet een chemokuur. Een behandeling bestaat meestal uit meerdere chemokuren.

Anti-hormonale therapie
Anti-hormonale therapie kan bij baarmoederkanker een behandeling zijn wanneer een operatie of bestraling niet mogelijk is.

Soms kan anti-hormonale therapie een behandeling zijn vóór de operatie om de tumor kleiner te maken.

Ook bij uitzaaiingen op afstand of na terugkeer van baarmoederkanker kan anti-hormonale therapie helpen.

Een behandeling is niet verplicht
Het is nooit verplicht om een behandeling te volgen. Afzien van een behandeling kan altijd.

Gevolgen baarmoederkanker

Leven met kanker is niet vanzelfsprekend. Kanker en de behandeling ervan hebben vaak grote invloed op het dagelijks leven. Niet alleen op het lichaam maar ook op de geest.

De meeste vrouwen hebben weinig blijvende klachten na de behandeling van baarmoederkanker. Maar er zijn ook vrouwen die last blijven houden van de gevolgen van de behandeling.

Deze gevolgen komen het meest voor:

Plasproblemen of problemen met de ontlasting
Na de operatie en/of bestraling kunnen plasklachten ontstaan, zoals vaker moeten plassen, kleinere beetjes plassen, ongewild urine verliezen.

Na bestraling van de endeldarm kan de endeldarm ontstoken raken. Dit kan een verhoogde aandrang of loze aandrang veroorzaken.

Lymfoedeem
Zijn er lymfeklieren uit het bekken verwijderd en/of bestraald, dan kan er vochtophoping in de benen ontstaan (lymfoedeem). De benen kunnen dan zwaar, vermoeid, strak of pijnlijk aanvoelen. Later kunnen de benen ook dikker worden. Oedeemtherapie kan helpen om klachten verminderen.

Vermoeidheid
Vermoeidheid na kanker komt veel voor. Ook bij vrouwen met baarmoederkanker. Dat kan door de ziekte zelf komen, maar ook door de behandeling. Als de vermoeidheid er 6 maanden na de behandeling nog is, heet het chronische vermoeidheid. De arts kan hier een oplossing voor zoeken, bijvoorbeeld hulp van een psycholoog.

Seksualiteit
Door de ziekte en behandeling kan je beleving van seksualiteit veranderd zijn. Het verlies van de baarmoeder en/of de eierstokken kan je gevoel van vrouw-zijn beïnvloeden. De ene vrouw ervaart dat sterker dan de andere.

Ook kunnen lichamelijke gevolgen je seksleven beïnvloeden, zoals een tekort aan geslachtshormonen, droge vagina, minder prikkels en vermoeidheid. Bij veel vrouwen van wie de baarmoeder is verwijderd, verandert het orgasme. Bespreek klachten met je arts en vraag eventueel een verwijzing naar een seksuoloog.

Bekijk ook de praatkaart 'Vrouwenkanker en seks' van Olijf >>

Webinar 'late gevolgen van gynaecologische kanker'

Olijf heeft een webinar (5 delen) opgenomen over 'late gevolgen bij gynaecologische kanker'. Onderwerpen die aan bod komen zijn: lymfoedeem, blaas- en darmklachten, (vervroegde) overgang, behoud van vruchtbaarheid & (onvervulde) kinderwens en impact op seksualiteit.

Elk van de vijf delen van het webinar duurt ca. 25 minuten en daarin komt steeds een ervaringsdeskundige en een zorgprofessionals aan het woord.

Vind hulp

Verschillende zorgverleners kunnen extra begeleiding bieden. Zowel in als buiten het ziekenhuis. Probeer iemand te vinden die ervaring heeft met het begeleiden van mensen met kanker.

Lees verder op kanker.nl >>

Meer informatie, ervaringsverhalen en gespreksgroepen

De informatie op deze pagina is een samenvatting van de -mede door Olijf geschreven- informatie op www.kanker.nl.

Wil je meer lezen over baarmoederkanker? Ga dan naar de bibliotheek van Kanker.nl.

Heb je een vraag, wil je je hart luchten of zoek je contact met een lotgenote? Neem dan contact op met onze vrijwilligers. Dat kan via de telefoon, mail of WhatsApp. Lees verder >>

In de online gespreksgroepen op kanker.nl kun je lotgenoten ontmoeten, vragen stellen en kennis en ervaringen vinden of delen. Vrijwilligers die ook bij Olijf actief zijn en andere (ex-)patiënten helpen je daar verder.

Stel je vraag aan een professional
Je kunt ook een vraag stellen aan dr. Cor de Kroon, gynaecoloog-oncoloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Op kanker.nl vind je ook blogs van deelnemers, onder andere over hun ervaringen met baarmoederkanker.