Deel via

Bij vaginakanker groeit er een tumor in de vagina. Vaginakanker heet ook wel vaginacarcinoom. Vaginakanker komt heel weinig voor. Per jaar krijgen ongeveer 65 vrouwen deze diagnose. De meesten zijn ouder dan 50 jaar.

Symptomen van vaginakanker

De eerste symptomen van vaginakanker zijn meestal abnormaal bloedverlies uit de vagina en/of afscheiding die anders is dan normaal. Pijn kan ook een symptoom zijn.

Oorzaken van vaginakanker

Dit vergroot de kans op vaginakanker:

  • Een besmetting met HPV
  • Lang een slechtere afweer hebben
  • Een voorstadium van vaginakanker

DES-dochters hebben ook een grotere kans om vaginakanker te krijgen.

Bekijk ook de praatkaart 'HPV en kanker' van Olijf >>

Voorstadium en soorten vaginakanker

Voorstadium van vaginakanker
Het voorstadium van vaginakanker heet Vaginale Intraepitheliale Neoplasie (VaIN). Een voorstadium is een afwijking die nog geen kanker is, maar dat wel kan worden.

Soorten vaginakanker
Er zijn verschillende soorten vaginakanker. Meestal ontstaat vaginakanker in de huidcellen van de vagina. Dit heet plaveiselcelcarcinoom.

Uitzaaiingen
Vaginakanker kan uitzaaien. Als vaginakanker uitzaait, is het meestal naar de lymfeklieren in de liezen of in het bekken.
Heel soms zaait vaginakanker via het bloed uit naar andere delen van het lichaam, zoals de longen of lever.

Onderzoeken bij vaginakanker

Er zijn verschillende onderzoeken nodig om te kunnen bepalen of er sprake is van vaginakanker. En of er uitzaaiingen zijn.

De onderzoeken vinden in het ziekenhuis plaats, meestal door een gynaecoloog. Dit is een arts gespecialiseerd in ziektes aan de vrouwelijke geslachtsorganen.

De belangrijkste onderzoeken bij vaginakanker staan hieronder genoemd. Niet alle onderzoeken zijn altijd nodig.

Gynaecologisch onderzoek
De arts kijkt met een eendenbek (speculum) in de vagina om de vagina en de baarmoedermond te beoordelen. Tijdens het onderzoek neemt de arts een stukje weefsel weg. Dit heet een biopsie. Een patholoog onderzoekt het weefsel in het laboratorium. Daarna bevoelt de arts de binnenkant van de vagina en de endeldarm. Meestal volgt ook nog een inwendige echo.

Na het gynaecologisch onderzoek is soms nog nodig de vagina onder narcose te onderzoeken.

Vaginakanker kan uitzaaien naar de lymfeklieren in de liezen en het bekken. Daarom onderzoekt de arts altijd de liezen en het bekken om te kijken of daar uitzaaiingen zijn. Dat kan door middel van een echo, een CT scan of een MRI scan:

Echografie
Echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven hoor je niet. De weerkaatsing (echo) van de golven maakt organen en weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Zo kan de arts de organen in het lichaam bekijken en een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.

Tijdens het onderzoek smeert de arts of echolaborant gel op de huid. Hij of zij beweegt een klein apparaatje over de huid dat de geluidsgolven uitzendt.

CT-scan
Als het nodig is, onderzoekt de arts hoever de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn.

Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien en dus ook de precieze plek van de tumor. Het scan-apparaat maakt gebruik van röntgenstraling en een computer.

De patiënt ligt op een tafel en schuift door de ronde opening van de CT-scanner. Tijdens het onderzoek maakt het apparaat een serie foto’s. De CT-scanner maakt ook uitzaaiingen zichtbaar.

Soms is het gebruik van contrastvloeistof nodig. Dit kan het resultaat van de scan duidelijker maken. De medewerker van de afdeling Radiologie dient de vloeistof via een infuus toe, of de patiënt krijgt het als drankje. Sommige mensen zijn overgevoelig voor contrastvloeistof. Het is belangrijk om dit voor het onderzoek aan de arts te melden.

MRI-scan
Een MRI-scan werkt met een magneetveld, radiogolven en een computer. Het scan-apparaat maakt foto’s in de lengte of de breedte van het lichaam. Zo kan de arts een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.

Tijdens dit onderzoek ligt de patiënt in een soort koker of tunnel. Sommige mensen vinden dit benauwend. Het apparaat maakt veel lawaai. Een koptelefoon met muziek kan helpen.

Soms is naast een CT-scan ook een MRI-scan nodig. Of de MRI-scan wordt gemaakt in plaats van de CT-scan.

PET-CT-scan
Een PET-CT-scan is een gecombineerd onderzoek van tegelijkertijd een PET-scan en een CT-scan.

Op een PET-scan kan de arts kankercellen onderscheiden van gewone cellen. Op een CT-scan zijn organen en weefsels heel precies te zien. Met een PET-CT-scan is daarom goed te zien waar in het lichaam de kankercellen precies zitten.

Eerst krijgt de patiënt een licht radioactieve vloeistof in een bloedvat ingespoten en moet daarna een tijdje stil liggen in een aparte kamer. Wanneer de kankercellen genoeg radioactieve stof hebben opgenomen, kan de scan gemaakt worden.

Het apparaat heeft een ronde opening waar de patiënt op een tafel een paar keer doorheen schuift. De scanner maakt foto’s vanuit alle hoeken.

Longfoto
Een longfoto of thoraxfoto is een röntgenfoto van de borstkas. Met een longfoto kan de arts zien of er uitzaaiingen in de longen zijn.

De diagnose vaginakanker

Naar aanleiding van de uitslagen van de onderzoeken is er een gesprek met de arts. Als het om vaginakanker blijkt te gaan, zal de arts meer uitleggen over de tumor. Bijvoorbeeld hoe uitgebreid de kanker is (het stadium) en of de kanker is uitgezaaid.

Het is belangrijk om iemand mee te nemen naar dit gesprek. 2 horen meer dan 1. Ook kan het handig zijn om het gesprek op te nemen. Dan is later terug te luisteren wat de arts heeft gezegd. Overleg dit van tevoren altijd even met de arts.

In het gesprek stelt de arts een behandeling voor. Het is tegenwoordig heel gewoon om mee te beslissen over de behandeling.

Deze 3 vragen kunnen helpen tijdens het gesprek:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van deze mogelijkheden?
  • Wat betekent dat voor mijn situatie?

De behandeling van vaginakanker

Bij vaginakanker zijn meerdere behandelingen mogelijk. Het ligt aan de soort vaginakanker, de ernst van de ziekte en de conditie van de patiënt welke behandeling de arts voorstelt. Het is ook mogelijk om af te zien van een behandeling.

Bestraling
Bestraling is bij vaginakanker vaak een behandeling in combinatie met chemotherapie. Dit heet chemoradiatie. Soms is een combinatie mogelijk van bestraling en hyperthermie.

Bestraling kan ook een aanvullende behandeling zijn na een operatie om de kans op terugkeer van de kanker kleiner te maken. Ook dan is dat vaak in combinatie met chemotherapie of hyperthermie.

Bij uitzaaiingen van vaginakanker op andere plekken in het lichaam kan bestraling helpen, bijvoorbeeld bij pijn door botuitzaaiingen.

Meestal is bij vaginakanker eerst uitwendige en dan inwendige bestraling nodig.

Bij uitwendige bestraling komt de straling uit een bestralingstoestel. De bestraling gaat van buitenaf door de huid heen. De radiotherapeut en radiotherapeutisch laborant bepalen nauwkeurig de hoeveelheid straling en de plek van de bestraling. Hiervoor maken ze een CT-scan en plaatsen ze enkele tatoeagepuntjes op de huid. Zo kunnen zij op het bestralingstoestel de juiste instelling makkelijker terugvinden.

Bij inwendige bestraling plaatst de bestralingsarts tijdelijk een radioactieve bron in de vagina, dichtbij of in de tumor. Dit radioactieve materiaal geeft straling af. Een ander woord voor inwendige bestraling is brachytherapie.

Operatie
Een operatie gebeurt niet vaak bij vaginakanker. De arts kan een operatie voorstellen bij een kleine tumor hoog in de vagina. Een operatie is soms ook mogelijk bij een niet al te grote tumor die is doorgegroeid naar de blaas of endeldarm.

Chemotherapie
Chemotherapie is bij vaginakanker vaak een behandeling in combinatie met bestraling. Dit heet chemoradiatie.
Het kan ook een behandeling zijn om de ziekte te remmen en klachten te verminderen.

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen die kankercellen doden of hun celdeling remmen. Meestal wordt chemotherapie via een infuus in een ader gegeven.

Na de behandeling volgt een rustperiode van enkele weken. Zo’n cyclus van behandeling en de rustperiode heet een chemokuur. Een behandeling bestaat meestal uit meerdere chemokuren.

Een behandeling is niet verplicht
Het is nooit verplicht om een behandeling te volgen. Afzien van een behandeling kan altijd.

Gevolgen van vaginakanker

Leven met kanker is niet vanzelfsprekend. Kanker en de behandeling ervan hebben vaak grote invloed op het dagelijks leven. Niet alleen op het lichaam maar ook op de geest. De behandeling van vaginakanker heeft vaak gevolgen, soms voor de rest van het leven.

Vrouwen met vaginakanker kunnen te maken krijgen met de volgende klachten:

Seksuele problemen
Door chemoradiatie of bestraling wordt de vagina-ingang nauw of stug. Hierdoor kan geslachtsgemeenschap moeilijker zijn, of anders aanvoelen. Vaak is ook het gebied rond de vagina minder gevoelig. Andere klachten kunnen zijn: pijn bij het vrijen of geen orgasme meer kunnen krijgen. Een veranderd zelfbeeld en emoties rondom het verwerken van kanker hebben vaak ook invloed op seksualiteit en intimiteit.

Bekijk ook de praatkaart 'Vrouwenkanker en seks' van Olijf >>

Plasproblemen of problemen met de ontlasting
Na de operatie of bestraling kunnen plasklachten ontstaan, zoals vaker moeten plassen, ongewild urine verliezen of niet goed uit kunnen plassen.

Na bestraling van de endeldarm kan de endeldarm ontstoken raken. Dit kan een verhoogde aandrang of loze aandrang veroorzaken.

Lymfoedeem
Zijn er lymfeklieren uit de liezen verwijderd of bestraald, dan kan er vochtophoping in de benen ontstaan (lymfoedeem). De benen kunnen dan zwaar, vermoeid, strak of pijnlijk aanvoelen. Later kunnen de benen ook dikker worden. Oedeemtherapie kan helpen om klachten verminderen.

Vermoeidheid
Vermoeidheid na kanker komt veel voor. Ook bij mensen met vaginakanker. Dat kan door de ziekte zelf komen, maar ook door de behandeling. Als de vermoeidheid er 6 maanden na de behandeling nog is, heet het chronische vermoeidheid. De arts kan hier een oplossing voor zoeken, bijvoorbeeld hulp van een psycholoog.

Vervroegd in de overgang komen
Een behandeling met chemoradiatie kan de eierstokken beschadigen. Een vrouw die nog niet in de overgang was, kan daardoor eerder in de overgang komen.

Vind hulp

Verschillende zorgverleners kunnen extra begeleiding bieden. Zowel in als buiten het ziekenhuis. Probeer iemand te vinden die ervaring heeft met het begeleiden van mensen met kanker.

Lees verder op kanker.nl >>

Meer informatie, ervaringsverhalen en gespreksgroepen

De informatie op deze pagina is een samenvatting van de -mede door Olijf geschreven- informatie op www.kanker.nl.

Wil je meer lezen over vaginakanker? Ga dan naar de bibliotheek van Kanker.nl.

In de online gespreksgroepen op kanker.nl kun je lotgenoten ontmoeten, vragen stellen en kennis en ervaringen vinden of delen. Vrijwilligers die ook bij Olijf actief zijn en andere (ex-)patiënten helpen je daar verder.

Stel je vraag aan een professional
Je kunt ook een vraag stellen aan dr. Cor de Kroon, gynaecoloog-oncoloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Op kanker.nl vind je ook blogs van deelnemers, onder andere over hun ervaringen met vaginakanker.