Deel via

Caroline is 60 als ze eind februari 2025 te horen krijgt dat ze baarmoederkanker heeft. Aan die diagnose gaat een lang traject vooraf, dat begint met klachten waar ze aanvankelijk niet veel aandacht aan besteedt. Na de diagnose volgt een operatie en daarna 23 bestralingen. Een periode waarin haar leven op zijn kop staat, maar waarin ze ook ontdekt hoeveel liefde er om haar heen is. ‘Ik ben me nog meer gaan realiseren hoe kwetsbaar we zijn, en dat je je ogen moet openhouden voor de kleine dingen in het leven.’

Caroline 1 1000x700 px

Het begint een paar jaar eerder met afwijkende afscheiding. ‘Het was wat bruinig en rook niet goed. Ik dacht, dat gaat wel over. Maar ik heb het te lang op zijn beloop gelaten.’ Via de huisarts komt ze bij de gynaecoloog terecht en blijkt ze tot haar schaamte een SOA te hebben. Ook wordt een uitstrijkje gemaakt, met als uitslag PAP2. In maart 2024 blijkt de uitslag veranderd naar PAP3A2. Er volgt een lisexcisie. Als Caroline daarna nog steeds bloedverlies blijft houden, wordt verder onderzoek gedaan. In februari 2025 komt uiteindelijk de uitslag: het is kwaadaardig, baarmoederkanker.

Dat nieuws krijgt ze telefonisch. ‘De gynaecoloog ging tijdens het hele traject steeds uit van goede uitslagen. Daarom werd er een belafspraak gepland. Vervolgens bleek de uitslag niet goed.’ Caroline benadrukt dat ze een goede band heeft met haar gynaecoloog en zich serieus genomen voelt. Maar als je als arts denkt dat het waarschijnlijk goed zit, kun je dat misschien beter niet zeggen. Want als de uitslag dan anders is, komt de boodschap extra hard aan.’

Een operatie met een onverwachte complicatie
Na de diagnose wordt Caroline geopereerd. Tijdens de operatie gaat er iets mis: haar blaas wordt geraakt. ‘Toen ik wakker werd, had ik pijn op een plek waar ik die niet verwachtte. Toen werd me verteld dat mijn blaas was geraakt. Ik was zó boos.’ Tijdens de operatie wordt een uroloog ingeschakeld om haar blaas te hechten. Toch is Caroline bang dat ze er blijvende problemen aan zal overhouden. Gelukkig is haar blaas intussen volledig hersteld.

Na de operatie blijkt er nog een tegenvaller te zijn. Hoewel de snijvlakken schoon zijn, blijkt de tumor op één plek meer dan de helft van de baarmoederwand te zijn ingegroeid. Ook deze boodschap krijgt ze telefonisch te horen. Caroline moet vervolgens alsnog 23 keer worden bestraald.

Vooral dat behandeltraject vindt ze zwaar. Niet alleen vanwege de vermoeidheid en mogelijke bijwerkingen, maar ook omdat ze merkt hoe verschillend de wereld eruitziet vanaf de andere kant van de tafel. Caroline is zelf verpleegkundige en voert in haar werk gesprekken met patiënten. ‘Voor zorgverleners zijn veel dingen gesneden koek. Maar als patiënt kom je daar zenuwachtig binnen en is helemaal niet alles vanzelfsprekend.’ Gelukkig is er alle ruimte voor vragen en Caroline krijgt extra tijd om zich mentaal op het bestralingstraject voor te bereiden.

Deze ervaring heeft haar veranderd in haar eigen werk. Ze staat nog bewuster stil bij wat een diagnose of behandeling voor iemand betekent. ‘Je kunt wel zeggen: we gaan dit doen en daarna dat. Maar voor degene tegenover je kan het betekenen dat zijn hele leven ineens verandert.’

Hulp vragen als je het zelf niet meer redt
Na de operatie maken haar drie kinderen en hun partners samen een rooster, zodat er de eerste weken steeds iemand bij Caroline is. Ook aan haar zussen en een goede vriendin heeft ze veel steun. ‘Dat heeft me echt ontroerd. Hoe mijn familie meteen als één blok om me heen ging staan.’ De diagnose aan haar kinderen vertellen, vond ze misschien wel het moeilijkste van alles. ‘Je weet dat je je kinderen verdriet gaat doen. Dat wil je helemaal niet.’

Tijdens de bestralingen trekt Caroline zich juist wat meer terug. Ze verblijft in een chalet in de buurt van haar moeder en leeft in haar eigen kleine bubbel. Niet altijd heeft ze behoefte aan telefoontjes en de steeds terugkerende vraag hoe het gaat. Tegelijkertijd ontdekt ze dat ze soms zélf moet aangeven wat ze nodig heeft. ‘Ik vond het altijd heel moeilijk om hulp te vragen. Maar ik heb wel geleerd om te zeggen: kan je komen? Of: ik mis je, wil je bij me zijn?’ En steeds merkt ze dat mensen daar graag gehoor aan geven. ‘Als iemand jou om hulp vraagt, wil je zelf ook graag helpen. Waarom is het dan zo moeilijk om het andersom te doen?’

Ruimte voor boosheid en verdriet
Vanuit het ziekenhuis krijgt Caroline ondersteuning van een psychosociale hulpverlener die een aantal keer bij haar thuis komt voor gesprekken. Ook praat ze met de praktijkondersteuner GGZ van haar huisarts. Het helpt om erkenning te krijgen dat haar gevoelens normaal zijn. ‘Er was boosheid en verdriet. En ik dacht steeds: hoe moet dit verder? Ga ik ooit weer werken?’ Achteraf ziet ze dat haar focus op werk bijna een vorm van houvast was. De gesprekken helpen haar te beseffen dat herstel tijd nodig heeft. ‘Ze zeiden: dit is een periode van rouw. Neem die tijd.’

Terug naar de kleine dingen
Caroline is fysiek goed hersteld, maar de controles blijven spannend. ‘Het voelt alsof je weer op vakje één van het spelbord staat. In feite ligt alles weer open.’ Toch overheerst iets anders als Caroline terugkijkt op het afgelopen jaar: bescheidenheid. De ziekte heeft haar laten ervaren hoe weinig vanzelfsprekend een gezond lichaam eigenlijk is. ‘Het gaat niet om je werk, of om je huis of een auto. Het gaat om de contacten met familie en vrienden. Om houden van, voor elkaar zorgen en er voor elkaar zijn.’

Tijdens haar behandeling waren het juist de kleine momenten die haar bijbleven. De natuur, vogels kijken, een mooi gesprek met een taxichauffeur onderweg naar de bestraling. Een hond die bij haar kwam zitten terwijl ze ergens wachtte. Een kat die onverwacht haar chalet binnenliep. ‘Dan dacht ik: die komt gewoon even op me letten.’

Ook haar kleindochter, die kort voor haar diagnose werd geboren, maakte veel los. Midden in een periode vol ziekte en behandelingen zat daar ineens nieuw leven op haar schoot. Het contrast kon bijna niet groter zijn. ‘Ik zou dit natuurlijk liever nooit meer meemaken. Maar er zijn ook mooie dingen uit voortgekomen. Mooie gesprekken, saamhorigheid en het besef waar het eigenlijk om gaat.’

‘Laat klachten controleren’
Als Caroline andere vrouwen één ding wil meegeven, is het om niet te lang met vaginale klachten te blijven rondlopen. ‘Als je afscheiding anders is, donker is of vreemd ruikt: ga alsjeblieft naar de huisarts en laat ernaar kijken. Ik heb er zelf te lang mee doorgelopen.’ Stel vragen en vraag of je langere bedenktijd kunt krijgen als je nog niet toe bent aan een behandeling.’ Schaamte of de gedachte dat het vanzelf wel overgaat, zou volgens haar nooit een reden moeten zijn om te wachten. En daarnaast: blijf, voor zover dat lukt, oog houden voor wat er óók nog is. 'Blijf om je heen kijken. Sta open voor de mooie dingen die nog op je pad komen. Juist die kleine dingen zijn uiteindelijk zo waardevol.’

Caroline vertelde haar verhaal in september 2026. Inmiddels kunnen er veranderingen in haar gezondheid zijn opgetreden.

Ervaringsverhalen zijn persoonlijk en kunnen al even geleden zijn verteld. Behandelingen kunnen intussen zijn veranderd.



Deel via

Lees verder...

  1. 21 mei 2026 Tinka (61) heeft mesonefrisch-achtig baarmoederkanker: 'Kiezen voor (over)leven'
    Lees verder
  2. 14 augustus 2025 Tineke (57): ‘Ik voel mij gedragen’
    Lees verder
  3. 13 juni 2025 Jolanda (53): ‘Je moet nu leven en niet later. Later is eerder dan je denkt.’
    Lees verder