Tinka (61) krijgt de diagnose mesonefrisch-achtig baarmoederkanker, een zeldzame en agressieve vorm van baarmoederkanker. Ze kiest voor (over)leven, ondanks angst en onzekerheid. In haar herstel richt ze zich op wat er nog wél kan. Wat blijft is een ander leven, met meer richting en verbinding van hart tot hart.
Zeldzaam
Half december 2024, ongeveer 10 jaar na het begin van de overgang, ervaart Tinka onverwacht vaginaal bloedverlies. Er wordt een uitstrijkje gemaakt en tijdens een vaginale echo ontdekken artsen een baarmoederpoliep. De poliep wordt verwijderd en Tinka zou de uitslag twee weken later krijgen. ‘Ik was verbaasd dat ik al na een week gebeld werd met de mededeling dat er kwaadaardige cellen waren gevonden.’ Ze had het gevoel dat ze in een nachtmerrie was beland. ‘Is dit echt? Ja het is echt!’
Hoewel nog niet precies duidelijk was om welke vorm het ging, konden artsen al wel met zekerheid zeggen dat het om een vorm van baarmoederkanker ging. In de periode daarna volgt een reeks vervolgonderzoeken om de diagnose verder in kaart te brengen. Uiteindelijk blijkt het te gaan om mesonefrisch-achtig baarmoederkanker, een relatief onbekende zeldzame en agressieve vorm van kanker. Ze heeft een hooggradige variant, waardoor cellen ongecontroleerd en relatief snel groeien en waardoor de kans op verspreiding naar andere delen van het lichaam groter is dan bij laaggradige varianten. Gelukkig zijn op de CT-scan geen uitzaaiíngen te zien, maar een snelle operatie is noodzakelijk.
Onzekerheid
Tinka wordt doorverwezen naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. In de dagen voorafgaand aan haar afspraak voelt ze zich verloren. Op internet kan ze nauwelijks informatie vinden over mesonefrisch-achtig baarmoederkanker. ‘Ik zat helemaal met mezelf in de knoop.’ Vooral de onzekerheid ervaart ze als afschuwelijk.
In het Antoni van Leeuwenhoek krijgt ze snel een behandelplan. Eindelijk iets om zich op te richten. Ter voorbereiding op de operatie blijft Tinka doen waar ze energie uit haalt: Vijf Ritme Dansen, ballroomdansen en Zumba. Bewegen geeft afleiding en helpt haar de stress het hoofd te bieden. Op 25 februari volgt een kijkoperatie en worden haar baarmoeder, eileiders en het vetschort verwijderd. Ook ondergaat ze een poortwachtersklierprocedure, waarbij enkele lymfeklieren worden weggehaald en onderzocht. Die blijken gelukkig schoon. Achteraf bleek ze in stadium 1A te zijn. Tinka mag dezelfde dag weer naar huis.
Dood of overleven
Het herstel verloopt in het begin langzaam, maar week na week merkt Tinka dat haar lichaam sterker wordt. Vooral de eerste drie weken zijn heel zwaar. ‘Ik had het gevoel dat ik ten dode opgeschreven was en dat kreeg ik moeilijk uit mijn hoofd.’
In een droom krijgt ze plotseling een ingeving: ‘Waar kies je eigenlijk voor, kies je voor dood of voor (over)leven?’ Ook haar man haar wijst haar erop dat ze niet alleen maar negatief hoeft te denken. Vrij snel gaat bij Tinka de knop om. Ze besluit te kiezen voor overleven. ‘Stap voor stap.’ Na drie weken krijgt ze het bericht dat het goed is. ‘Dat was superfijn, het enige wat haar restte was de preventieve inwendige bestraling.’ Ze ondergaat drie keer inwendige brachytherapie.
Rondom de operatie mediteert ze om rustig te blijven en dat blijft ze doen tijdens de periode met de brachytherapie. Het helpt haar om het beter vol te houden. Ook visualiseren speelt een belangrijke rol: door vooraf situaties in te beelden die ze onderweg kan tegenkomen, kan Tinka beter omgaan met tegenslagen. Ze richt zich vooral op dat wat nog wél kan. De behandeling komt ten einde en meditatie en visualisaties hebben haar er doorheen geholpen. Daarna verschuift de aandacht naar de verwerking van alles wat ze heeft meegemaakt.
Laatjes opentrekken
Het ziekenhuis biedt Tinka de mogelijkheid om met een maatschappelijk werkster te praten, en daar maakt ze gebruik van. ‘Ik zat helemaal vol in mijn hoofd, ik wilde alles even kunnen ordenen.’ In het gesprek krijgt ze ruimte om haar emoties te uiten en haar ervaringen op een rij te zetten.
Ook naar haar vrienden en familie toe vindt ze een manier om te delen hoe het met haar gaat, via de Stamps-app houdt ze haar omgeving op de hoogte van haar wel en wee. ’Ik moest die emoties gewoon kwijt en elke dag een stukje in het dagboek schrijven hielp me daarbij. Ik voelde me door alle positieve steun van vrienden en familie gedragen.’
Nadat alle behandeltrajecten zijn afgesloten krijgt ze te horen: ‘tot over drie maanden.’ Dat voelt onwennig; voor Tinka is het niet echt klaar. Bij IPSO (centrum voor leven met en na kanker) in Haarlem ondergaat ze tweemaal helende massages en heeft ze drie gesprekken met een gepensioneerde medisch psychologe. Dat helpt haar om het geheel te verwerken en af te ronden. Via haar hoofdbehandelaar kreeg ze een tip om het boek “Helpen bij verlies en verdriet” van Manu Keirse te lezen. Daarnaast vindt ze steun in Vijf Ritme Dansen. ‘Ik ben niet iemand die, als de angst de kop op steekt, het gaat verdringen. Ik wil het dan ervaren.’ Het dansen helpt haar om met die emoties om te gaan.
Toch komen er later nog wel momenten waarop alles even terugkomt, bijvoorbeeld wanneer ze de serie over het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis op televisie ziet. ‘Soms werd ik emotioneel, maar dat is goed. Dan worden er laatjes in mijn onderbewustzijn geopend en is het blijkbaar nog niet helemaal verwerkt.’
Van hart tot hart
Dertien weken na de operatie begint Tinka haar sporten voorzichtig weer op te bouwen. Het herstel gaat met vallen en opstaan. Tussen week drie tot week tien wisselen voortuitgang en terugval elkaar af. ‘Je komt er vanzelf achter dat drie winkels in een straat wel gaan, maar vier winkels niet. Het is zoals het is.’
Tinka accepteert dat ze niet meer altijd de energie heeft die ze vroeger had. Ze pakt op drukke dagen nog steeds haar rust wanneer het nodig is. Opgeven zit niet in haar natuur. Al voor haar ziekte was ze bezig met haar freedive-brevet, waarbij ze op een ademteug 10 meter diep duikt. Vier maanden na afloop van de behandelingen haalt ze haar pool-brevet en in april dit jaar ook haar dieptebrevet.
Tinka merkt dat ze nu anders in het leven staat. Mensen zeggen dat ze is veranderd; minder besluiteloos, duidelijker in haar grenzen en minder gericht op pleasen. ‘Ik ben selectiever in mijn sociale contacten geworden. Als het basisvertrouwen er is, is het goed.’ Dat vertrouwen werkt ook door in hoe zij en haar man elkaar opnieuw nabijheid geven. Door pijnklachten was er al tien jaar geen intimiteit in seksuele vorm tussen Tinka en haar echtgenoot. We knuffelden veel. ‘Vanaf september 2025 zijn we vaker samen gaan dansen en ervaren beiden het ritme en de vrijheid van het dansen als intiem en uitdagend. ‘We voelen het veel beter. We zijn dichterbij elkaar gekomen. Het fysieke is minder belangrijk dan het van hart tot hart zijn in het hier en nu.
Tinka hoopt dat ze nu ex-kankerpatiënt is, maar zeker weet ze het niet. Ze leeft minder in ideeën en meer in het nu. ‘Het blijft minder bij ideeën, ik voer ze nu gewoon uit.’
Tinka vertelde haar verhaal in mei 2026. Inmiddels kunnen er veranderingen in haar gezondheid zijn opgetreden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijk en kunnen al even geleden zijn verteld. Behandelingen kunnen intussen zijn veranderd.