De eerste klachten begonnen ogenschijnlijk onschuldig. Ingrid zat midden in de overgang en was al een jaar lang niet meer ongesteld. Dat veranderde abrupt: ze bloedde een jaar lang dagelijks. Ze kwam onder controle bij de gynaecoloog en er werd een baarmoederablatie gedaan. De verwachting was dat de klachten daarna zouden stoppen.
Dat leek ook even zo, totdat Ingrid op een ochtend tijdens een yogales iets vreemds voelde. ‘Het was alsof er letterlijk iets knapte in mijn buik. Meteen daarna kreeg ik een enorme buikpijn.’ Ze belandde dat weekend twee keer op de spoedeisende hulp, maar er werd niets gevonden. De pijn hield aan en er kwam koorts bij.
Een paar dagen erna bij de gynaecoloog werd op de echo gezien dat er iets aan het lekken was, waarschijnlijk een cyste. Het advies was 3 maanden wachten, het lichaam ruimt dat vanzelf wel op.
Een snelle en confronterende diagnose
Vlak daarna, tijdens een vakantie, werden de klachten zo heftig dat Ingrid eerder terugkeerde. Een andere gynaecoloog keek opnieuw en zag direct dat er meer aan de hand was. Er volgde een CT-scan. ‘Er werd terloops gezegd dat ze moesten uitzoeken of er heel misschien iets kwaadaardig was. Maar pas toen ik die avond thuis zelf het verslag las, zag ik het zwart op wit: er zat een tumor.’
De tumor bleek snelgroeiend. Binnen enkele weken groeide deze van acht naar twintig centimeter. ‘Een kleine Galia meloen, zeiden ze later.’ Gelukkig waren er geen uitzaaiingen zichtbaar. Het bleek te gaan om een agressieve vorm van eierstokkanker, maar wel in stadium één.
Operaties, chemo en onzekerheid
Na de eerste operatie leek het aanvankelijk goed nieuws te zijn: de tumor zou goedaardig zijn. Maar na uitgebreid weefselonderzoek kwam alsnog de uitslag dat het kwaadaardig was.
‘Hiermee had ik de pech dat ik tot de kleine 10% behoor die na het onderzoek door de patholoog tijdens operatie, alsnog na de kweek de uitslag kwaadaardig kreeg‘, zegt Ingrid. ‘Maar tegelijkertijd heb ik enorm veel geluk gehad dat het een snelgroeiend en agressieve vorm was, waardoor ik de pijn voelde en het snel ontdekt is. Anders was het verhaal waarschijnlijk heel anders geweest.’
Dat betekende een tweede operatie en daarna chemotherapie. ‘Dat was mentaal heel zwaar. Je denkt dat je klaar bent, en dan moet je ineens weer door.’ Ze kreeg zes chemokuren van uitsluitend carboplatin, zonder haarverlies. ‘Het blijft chemo, maar ik was dankbaar dat het in deze vorm kon.’
Een extra spannende periode volgde toen er een BRCA1-genafwijking werd gevonden in de tumor. Even was er angst of dit erfelijk zou zijn, met gevolgen voor haar kinderen en voor zichzelf ook een grote kans om ook borstkanker te krijgen. ‘Dat waren hele zenuwslopende dagen, zo vlak voor kerst.’ Uiteindelijk bleek het niet erfelijk te zijn en alleen in de tumor te zitten. ‘Dat was een enorme opluchting. Ook omdat ik nu parp-remmers mocht nemen, als het terug zou komen.'
Niet gezien, niet gehoord
Wat Ingrid in deze periode erg raakte, was het gevoel dat ze in het begin niet serieus werd genomen. ‘Ik liep met klachten die niet normaal waren voor de overgang. Achteraf denk ik: waarom wordt er bij zo’n sluipmoordenaar niet meteen bloedonderzoek gedaan naar tumormarkers? Als die pijn er niet was geweest, was het misschien nog veel langer onopgemerkt gebleven.’
‘Ik moest veel zelf uitzoeken. De informatie die ik kreeg, was heel summier. Dan ga je zelf zoeken, lezen, vergelijken.’ Tijdens haar eigen zoektocht naar informatie kwam ze al snel bij onder andere Olijf terecht. ‘Ik heb zelf altijd heel veel gehad aan ervaringsverhalen,’ vertelt Ingrid. ‘Je zoekt toch iemand die iets vergelijkbaars heeft meegemaakt. Hoe is dat gegaan? Hoe hebben zij het beleefd?’
Later kwam ze bij artsen terecht die wél de tijd namen. ‘Dat maakt een enorm verschil. Gewoon rustig uitleggen wat er aan de hand is, wat je kunt verwachten. Dat heeft me geholpen en neem ik nu ook mee in mijn eigen werk als zorgprofessional.'
De impact op haar gezin
Hoewel Ingrid zelf door moest, maakte ze zich misschien nog wel meer zorgen om haar gezin. Haar man en twee volwassen kinderen stonden ineens aan de zijlijn. Vooral haar zoon, die epilepsie heeft, reageerde heftig. ‘Stress is een trigger voor hem. Toen hij hoorde dat ik kanker had, kreeg hij meteen een zware aanval.’
Een gesprek met een geestelijk verzorger in het ziekenhuis hielp haar om vertrouwen te hebben in haar omgeving. ‘Ze zei: heb vertrouwen in je man dat hij dit aankan en dat hielp. Mijn dochter nam in die periode veel zorgtaken op zich. Ik heb me enorm gesteund gevoeld.’
Actief herstellen
Ingrid besloot al snel actief te investeren in haar herstel. Ze startte met oncologische fysiotherapie, ook tijdens de chemo. ‘Dat heeft me enorm geholpen. Ik voelde me fysiek sterker en kreeg vertrouwen in mijn lichaam.’ Daarnaast volgde ze een mindfulness-training in een inloophuis, samen met lotgenoten.
‘Daar heb ik geleerd om mijn angsten niet weg te duwen, maar ze aan te kijken. Dat maakt dat ze minder overheersend zijn.’ Tot op de dag van vandaag heeft ze daar profijt van. ‘Ik kan mijn rust sneller terugvinden.’
Bewuster leven
Nu, bijna twee jaar na haar laatste chemo, durft Ingrid voorzichtig te voelen dat ze veilig is. 'De oncologische gynaecologen hebben mij verteld dat deze agressieve vorm naar verwachting niet na twee jaar weer terug groeit. Dus daarna durf ik pas echt daarin te geloven.' Ze werkt inmiddels weer, maar wel anders dan voorheen. Van vier dagen ging ze naar drie dagen werken, met rustdagen ertussen.
‘Ik ga veel bewuster om met mijn energie. Ik stel mezelf vaker de vraag: levert dit me iets op? Die balans is belangrijker geworden. Kleine aanpassingen, zoals regelmatig pauzeren, maken een groot verschil.'
Hoop delen
Als Ingrid terugkijkt, noemt ze de periode vooral heftig, maar ook levensveranderend. ‘Je beseft hoe kwetsbaar het leven is.’
Ingrid vertelde haar verhaal in januari 2026. Inmiddels kunnen er veranderingen in haar gezondheid zijn opgetreden.
Ervaringsverhalen zijn persoonlijk en kunnen al even geleden zijn verteld. Behandelingen kunnen intussen zijn veranderd.