Kim (45)

‘Mijn kinderen vertellen dat ik baarmoederhalskanker had was loodzwaar’

Dat Kim ook als ze niet menstrueerde bloed verloor, vond ze raar. Het was niet heel veel, maar toch. Ze maakte een afspraak met de huisarts. Ze was negenendertig jaar en in augustus werd ze veertig en zou de oproep voor het uitstrijkje voor het bevolkingsonderzoek op haar deurmat ploffen. 

De huisarts wilde niet wachten tot augustus en maakte een uitstrijkje. De uitslag was PAP 3b. Kim (45) werd doorgestuurd naar het ziekenhuis waar ze twee weken later een afspraak had over de behandeling die haar stond te wachten. Nietsvermoedend ging ze er op een maandag heen en kreeg te horen dat ze baarmoederhalskanker had. De grond verdween onder haar voeten. “Daar zat ik: ik was alleen, ik zou immers praten over de behandeling. Dit had ik niet zien aankomen.” Ze kon in dezelfde week op donderdag terecht in het AMC. “Ik was zo geschrokken en dacht: ik kan niet naar huis. Ik kan mijn zoon en dochter van toen negen en twaalf jaar nu niet vertellen wat er aan de hand is, ze moeten me zo niet zien.” Ze reed naar haar werk, werd daar opgevangen en pleegde de nodige telefoontjes. “Ik belde een paar mensen en steeds weer huilde ik even als ik zei dat ik kanker had.” Toen ze wat rustiger was, ging ze naar huis. Zonder tranen, omdat ze wist dat haar kinderen daarvan overstuur zouden raken, vertelde ze haar zoon en dochter dat ze kanker had. Haar zoon hoorde haar aan en ging verder met spelen. “Ik vroeg hem of hij wist wat het was; hij kon het me haarfijn uitleggen. ‘Mam, kan je beloven dat je niet doodgaat?’ vroeg mijn dochter. Het sneed me door mijn ziel.”

Brachytherapie
De behandeling werd doorgesproken en de chirurg stelde een Wertheim voor, het zou een lange en zware operatie worden. Toen Kim wakker werd uit de narcose, stond haar vriendin aan haar bed. De arts werd erbij gehaald en vertelde dat de kanker was uitgezaaid en dat hij tweeënveertig lymfeklieren had verwijderd en verder alles had laten zitten. Een maand na de operatie maakte Kim zich op voor zes weken dagelijks bestralingen, een keer in de week een chemokuur en tenslotte brachytherapie. “Ik werd dus inwendig bestraald en dat was loodzwaar. Van donderdag half negen ’s ochtends tot vrijdag vier uur ’s middags moest ik tijdens die behandeling liggen en mocht ik niet bewegen. De laatste uren waren afzien. Echt afzien.” Tijdens de intensieve zes weken heeft Kim twee vrouwen ontmoet die in het zelfde schuitje zaten. “We trokken elkaar er echt doorheen. Het is fijn dat ik ze nog steeds spreek.”

Inmiddels is Kim vijf jaar verder en is de kanker weggebleven. Van de bestralingen en chemokuur ondervindt ze nog dagelijks hinder. “Ik heb een hele lijst van klachten waaronder vermoeidheid, concentratiestoornissen en omdat ik hoog bestraald ben, heb ik last van mijn maag en darmen. Ook werd ik onvruchtbaar wat voor mij minder ingewikkeld was omdat ik twee kinderen had, veertig jaar was en op dat moment geen relatie had. Als vrouw doet het wel wat met je. Vandaar dat ik met het slikken van de pil de overgang nog even op een afstandje houd.” 

Positief verhaal
Kim heeft haar leven weer opgepakt, werkt weer fulltime en sport. “Ik ben blij dat ik mijn kinderen zo min mogelijk heb kunnen belasten met mijn ziekte, zij hebben er nauwelijks iets van gemerkt. En gedurende de zes weken dat ik elke dag in het ziekenhuis werd verwacht, weerde ik bezoek thuis. Dat was te veel. Dus die liet ik op woensdag tijdens de chemokuur naar het ziekenhuis komen. Had ik daar mooi wat aanspraak.” De boodschap die Kim wil uitdragen: je hoeft niet per se dood te gaan aan kanker. Ze is als vrijwilliger bij stichting Olijf aan de gang gegaan om een luisterend oor aan vrouwen te bieden. “Ik heb immers een positief verhaal.”

Kim vertelde haar verhaal in juli 2018. Er kunnen veranderingen in haar gezondheid zijn opgetreden.